Veelgestelde vragen

Bekijk veelgestelde vragen over boezemfibrillatie. Is boezemfibrilleren gevaarlijk? Kunt u boezemfibrilleren en sporten combineren?

Veelgestelde vragen

1. Waardoor wordt boezemfibrilleren veroorzaakt?

Er is niet één oorzaak van boezemfibrillatie. Wel zijn er een aantal risicofactoren. Ongeveer driekwart van de mensen met boezemfibrilleren is ouder dan 65. Behalve ouderdom hebben mensen met een hoge bloeddruk, diabetes, andere hartafwijkingen, schildklieraandoeningen of slaapapneu meer kans op boezemfibrilleren. Soms is boezemfibrillatie een reactie op het gebruik van opwekkende middelen zoals cafeïne, alcohol, tabak of drugs. Ook is er een aantal zeldzame vormen van boezemfibrilleren waar erfelijke aanleg voor is. Deze vormen openbaren zich vaak op jongere leeftijd.

Meer over de oorzaken

2. Is boezemfibrilleren gevaarlijk?

Ja en nee. Op zichzelf is het niet zo dat boezemfibrilleren gevaarlijk is, maar het kan wel ernstige gevolgen hebben. Doordat het bloed onregelmatig stroomt bij boezemfibrillatie, kan het in het hart soms langzamer stromen of zelfs stil blijven staan. Hierdoor kan het bloed stollen. Als zo’n stolsel loslaat en vanuit het hart in de bloedbaan terechtkomt, kan het ergens anders in het lichaam een bloedvat verstoppen. Het blokkeert dan de aanvoer van vers, zuurstofrijk bloed. Dit kan een beroerte veroorzaken. Indirect is het dus wel zo dat boezemfibrilleren gevaarlijk is.

Achtergrond boezemfibrilleren

3. Kun je genezen van boezemfibrillatie?

Nee, niet vanzelf. Als u last heeft van boezemfibrillatie door het gebruik van koffie of alcohol, kan het zijn dat nieuwe aanvallen uitblijven als u stopt deze middelen te gebruiken. Dit noemen we uitlokfactoren. Over het algemeen zijn medicijnen voldoende om boezemfibrillatie onder controle te houden. Wanneer dit niet voldoende werkt, kan in overleg met de arts besloten worden om boezemfibrilleren met een operatie onder controle te krijgen. Na zo’n operatie, zoals een ablatie, kan boezemfibrillatie wegblijven. Dit kan echter niet gegarandeerd worden.

Over ablatie

4. Is boezemfibrillatie erfelijk?

In sommige families komt boezemfibrillatie vaker voor, maar er zijn geen aanwijzingen voor erfelijkheid. Dit is met uitzondering van een aantal zeldzame vormen die zich vaak op jonge leeftijd voordoen. Als verschillende risicofactoren, zoals suikerziekte of hoge bloeddruk, veel voorkomen in uw familie, kan dit ook een hogere kans op boezemfibrillatie betekenen.

Bekijk risico- en uitlokfactoren

5. Komt boezemfibrilleren vaak voor?

Ja. Boezemfibrilleren is de meest voorkomende hartritmestoornissen. Ongeveer een op de vier mensen krijgt last van boezemfibrilleren. Vooral onder oudere mensen komt boezemfibrilleren vaak voor: 75% van de mensen die last hebben van boezemfibrilleren is ouder dan 65 jaar.

Over boezemfibrilleren

6. Waarom moet ik verschillende soorten medicijnen slikken?

De behandeling van boezemfibrilleren is vaak tweeledig. Het richt zich op het onder controle krijgen van het hartritme of frequentie en op het voorkomen van stolsels in het bloed. Mensen met boezemfibrilleren krijgen daarom vaak zowel anti-aritmische of frequentie verlagende medicijnen als antistollingsmiddelen voorgeschreven. Afhankelijk van de duur en ernst van de boezemfibrillatie schrijft een arts de best passende medicatie en dosis voor.

Over antistollingsmiddelen

7. Hoeveel invloed heeft boezemfibrilleren op mijn leven?

Dat is onder andere afhankelijk van de frequentie, duur en ernst van het boezemfibrilleren. Het verschilt van persoon tot persoon. Het leven met boezemfibrillatie verschilt van het leven dat u daarvoor leidde, al is het alleen maar vanwege de medicijnen die u nu moet slikken. De impact die het verder op uw leven heeft, varieert heel erg. In principe mag en kunt u gewoon alles doen, zoals ieder ander. Het is belangrijk om wel goed naar uw lichaam te luisteren. Overleg met uw arts hoe u het beste aan beweging kunt doen, zeker als u een fysiek inspannende sport wilt oppakken.

Ook is het belangrijk om te letten op de signalen van een beroerte, zoals verlamming aan een kant van het lichaam, onsamenhangende spraak en gedachten, tintelingen en hoofdpijn. Als u een van deze signalen ervaart, bel dan meteen 112. Behalve de lichamelijke impact, kan het ook psychisch invloed hebben op uw leven. Vaak helpt het om hierover te praten met vrienden, familie of lotgenoten. Uw arts kan u informeren over bestaande patiëntenverenigingen of andere mogelijkheden tot lotgenotencontact.

Links naar patiëntenverenigingen

8. Wat heeft boezemfibrillatie met een beroerte maken?

Bij boezemfibrillatie klopt het hart onregelmatig. Het bloed wordt als gevolg niet met een constante snelheid rondgepompt. Doordat het bloed in het hart af en toe langzamer stroomt, en soms zelfs stilstaat, kan het bloed hier gaan stollen. Zo ontstaan bloedstolsels. Deze stolsels kunnen losraken en elders in het lichaam een bloedvat verstoppen. De toevoer van vers, zuurstofrijk bloed wordt geblokkeerd. De organen krijgen daardoor geen zuurstof, met alle gevolgen van dien. Wanneer dit in de hersenen gebeurt, noemen we dit een beroerte. De gevolgen van een beroerte kunnen levensingrijpend en soms fataal zijn. De behandeling van boezemfibrillatie is vaak gericht op de preventie hiervan.

Over bloedstolsels en beroerte

9. Kan ik niet gewoon een pacemaker krijgen? Die reguleert toch ook je hartritme?

Het klopt dat een pacemaker het hartritme controleert, maar helaas is dit geen oplossing voor boezemfibrilleren. Een pacemaker is namelijk zo gemaakt dat hij het hartritme op peil houdt als het te traag is, of als het hart zelfs even helemaal stilstaat. Bij boezemfibrilleren klopt het hart onregelmatig en ook vaak te snel. Omdat een pacemaker het hartritme niet kan vertragen, is dit daarom over het algemeen geen goede oplossing.

Manieren van behandeling

10. Heb ik door boezemfibrillatie meer kans op een hartaanval?

Ja. Er is meer kans op een hartaanval (of hartinfarct), doordat het hart bij boezemfibrillatie onregelmatig klopt. Daardoor wordt ook het bloed uit het lichaam niet met een constante snelheid rondgepompt. Het bloed in het hart stroomt af en toe langzamer, en soms zelfs helemaal niet. Het bloed kan als gevolg gaan klonteren, waardoor bloedstolsels ontstaan. Als de stolsels losraken, kunnen ze elders in het lichaam een bloedvat verstoppen. De toevoer van vers, zuurstofrijk bloed wordt dan tegengehouden. Wanneer het stolsel de slagader verstopt, krijgt een deel van het hart geen zuurstof meer en sterft dit deel langzaam af, waarna een litteken ontstaat. Dit noemen we een hartinfarct.

Achtergrond hartinfarct

11. Gaat boezemfibrilleren en sporten wel samen?

Ja. Blijven bewegen is juist goed voor mensen die last hebben van boezemfibrilleren. Belangrijk is wel dat u goed naar uw lichaam luistert; vaak geeft het vanzelf aan als een bepaalde inspanning te veel is. Als u bloedverdunners gebruikt, wordt een contactsport soms afgeraden, omdat de kans op een bloeding hierdoor groter is. Raadpleeg uw arts welk type sport het meest geschikt is met oog op uw situatie. Zeker als u een bepaalde sport (weer) wilt oppakken, is het verstandig altijd eerst te overleggen over de juiste aanpak, de risico’s en de bezwaren.

12. Moet ik de cardioloog vertellen dat ik ook een andere aandoening heb?

Ja. Zeker als u medicijnen slikt voor die andere aandoening, is het heel belangrijk dat uw arts hiervan afweet. Hij kan dan bepalen welke medicatie wel of niet geschikt is in combinatie met uw huidige medicatie. Van bepaalde aandoeningen, zoals diabetes, hoge bloeddruk en verschillende hartaandoeningen, is bekend dat ze de kans op boezemfibrilleren vergroten. Vertel uw arts dus altijd welke aandoeningen u heeft, welke aandoeningen u in het verleden heeft gehad, welke ziektes veel voorkomen in de familie en welke medicatie u gebruikt (heeft).

Bekijk aandoeningen

13. Kan ik niet gewoon meteen geopereerd worden in plaats van medicijnen te gebruiken?

De meest gebruikte operatie bij boezemfibrillatie is een katheterablatie. Hierbij wordt via de lies een apparaatje ingebracht dat littekenweefsel creëert op de plek in het hart waar de verstoorde prikkels vandaan komen. Het slagingspercentage van de ingreep is 70% bij de eerste keer en 90% na twee á drie keer. Ablatie is echter een ingreep die in ontwikkeling is en nog diverse risico’s met zich meebrengt. Het is niet voor niets dat de ingreep slechts bij een aantal ziekenhuizen in Nederland uitgevoerd mag worden. Daarom hebben medicijnen vooralsnog de voorkeur boven een ingreep, tenzij de medicatie niet voldoende werkt. Bovendien moet ook na de ingreep nog medicijnen worden gebruikt, in ieder geval in de eerste periode na de ablatie.

Achtergrond ablatiebehandeling

14. Kan ik zelf kiezen welke medicijnen ik wil gebruiken?

Afhankelijk van de vorm van boezemfibrilleren, uw medische voorgeschiedenis en overige factoren, kiest de arts de middelen die het beste bij u passen. Uiteraard is de keuze voor een bepaald medicijn wel bespreekbaar en kunt u in een gesprek met een arts uw voorkeur aangeven. Uiteindelijk schrijft een arts het middel voor waarvan hij denkt dat dit het effectiefst en veiligst voor u is. Uw voorkeur wordt natuurlijk in overweging genomen. Het is dan ook van belang dat u goed voorbereid aan dit gesprek begint. Om u te helpen, vindt op deze website een vragenlijst ter voorbereiding op het gesprek met uw arts.

Bekijk de vragenlijst

15. Waar kan ik terecht voor meer informatie over boezemfibrilleren, de behandeling en de risico’s?

Als u vragen of zorgen heeft, kunt u dit het beste met uw arts bespreken. Hij kan de informatie geven die specifiek op uw situatie van toepassing is.