Overzicht aandoeningen

Cardiomyopathie, COPD, coronaria lijden: het zijn voorbeelden van aandoeningen die de kans op boezemfibrilleren vergroten.

Overzicht aandoeningen

Een aantal aandoeningen vergroot de kans op boezemfibrilleren, bijvoorbeeld cardiomyopathie, COPD en mogelijk ook coronaria lijden. Een overzicht van alle aandoeningen vindt u op deze pagina. Soms is er geen aanwijsbare oorzaak voor het krijgen van boezemfibrilleren. Dit wordt ‘lone boezemfibrilleren’ genoemd. Ook kunnen aandoeningen juist voortkomen uit boezemfibrilleren. In sommige gevallen neemt de kans op een beroerte dan toe.

Doe de beroerterisico-check

Aandoening van de hartklep

Een niet goed functionerende hartklep leidt tot een verhoogde druk in de boezems. Dit geldt met name voor de mitralisklep. Hierdoor zetten de boezems uit en kan boezemfibrilleren uitgelokt worden.

Astma en COPD

Astma en COPD komen vaak voor bij mensen met boezemfibrilleren. Het kan ook de indicatie van een cardiovasculair risico zijn. Bij COPD hebben patiënten aanhoudende luchtwegklachten en zijn de luchtwegen chronisch vernauwd. Bij astma zijn de longen zeer gevoelig en vaak geïrriteerd. Tijdens een astma-aanval worden de luchtwegen nauwer waardoor ademhalen moeilijk is. Lees meer over Astma/COPD op luchtpunt.

Cardiomyopathie

Wanneer de hartslag verhoogd is door boezemfibrilleren, neemt de kans op cardiomyopathie toe. De pompkracht van het hart wordt dan minder. De linkerkamerfunctie vermindert door de snelle hartactie. Na herstel van het sinusritme of normale hartslag is cardiomyopathie meestal terug te draaien.

Coronaria lijden

Uit studies is gebleken dat mensen met boezemfibrilleren vaker coronaria lijden hebben. Het is echter niet met zekerheid te zeggen of coronaria lijden echt een voorbode van boezemfibrilleren is.

Diabetes

Diabetes vergroot de kans op een beroerte of TIA . Dit komt doordat diabetes beschadigingen in de vaatwand kan veroorzaken. Hier worden vetten en cholesterol afgezet. De bloedvaten worden daardoor nauwer of slibben zelfs helemaal dicht. Dit heet atherosclerose of aderverkalking. Atherosclerose kan uiteindelijk leiden tot onder andere een beroerte.

Eerder een TIA of beroerte

Heeft u eerder een TIA of beroerte gehad? Meld dit dan aan uw behandeld arts. U heeft dan namelijk een verhoogd risico op het ontstaan van een bloedstolsel.

Hartfalen

Hartfalen vergroot de kans op een beroerte of TIA . Het hart is bij hartfalen vaak groot. De boezems zijn verwijd, waardoor de prikkelgeleiding wordt verstoord. Ook ontstaat schade aan het hart. Hierdoor kunnen bloedstolsels gevormd worden die mogelijk leiden tot een beroerte of herseninfarct.

Hypertensie (hoge bloeddruk)

Hypertensie vergroot de kans op een beroerte of TIA . Wanneer de bloeddruk langere tijd te hoog is, heeft dit (soms ernstige) gevolgen voor het hart en de algemene gezondheid. Aan het hart en in de vaatwand kan schade ontstaan. In de vaatwand kunnen zich vetten en cholesterol afzetten, waardoor de bloedvaten nauwer worden of dichtslibben. Dit heet atherosclerose of aderverkalking. Atherosclerose kan uiteindelijk leiden tot onder andere een beroerte.

Hyperthyreoïdie

Hyperthyreoïdie betekent dat de schildklier te hard werkt. Hierdoor is een overschot van het schildklierhormoon aanwezig. De waarde van het TSH in het bloed toont aan of er sprake is van boezemfibrilleren.