Hartprobleem: diagnose boezemfibrilleren

Als u een hartprobleem heeft, kan de diagnose boezemfibrilleren worden gesteld. Bijvoorbeeld met behulp van het Holteronderzoek.

Hartprobleem: diagnose boezemfibrilleren

Als uw huisarts vermoedt dat u een hartprobleem heeft, dan wordt er een lichamelijk onderzoek gedaan. Uw bloeddruk wordt gemeten, uw pols wordt opgenomen en er wordt naar uw hart geluisterd. Zo kan de arts het hartprobleem opsporen: bijvoorbeeld door een eventuele hartruis vast te stellen en de hartslag te beoordelen.

Ook gaat de arts met u in gesprek. Is er sprake van uitlokkende factoren van het hartprobleem? Zijn er risicofactoren aanwezig? Op basis van de antwoorden kan een betere prognose en behandelaanpak worden bepaald. Als u boezemfibrilleren heeft, dan is het belangrijk om te achterhalen hoelang dit al het geval is. Het kan zijn dat boezemfibrilleren van voorbijgaande aard is.

Achtergrond boezemfibrilleren

Dagboek boezemfibrilleren

Toon Hermans, AF verpleegkundige van de boezemfibrilleren poli MC Groep Lelystad, heeft een boezemfibrilleren dagboek ontwikkeld. Het dagboek is geschikt voor mensen die meer structuur willen tijdens de gesprekken met de arts.

De gegevens die u invult, zijn overzichtelijk en goed te verwerken in het patiëntendossier. Daarnaast geeft het tijdens de controle een betrouwbaardere weergave van uw klachten. Zo wordt de contacttijd met de specialist het beste benut.

Download dagboek

Holteronderzoek en ander onderzoek

Aanvullend onderzoek - zoals het Holteronderzoek of bloedonderzoek - geeft aan of u boezemfibrilleren heeft. Hiermee kan niet worden vastgesteld hoelang u al boezemfibrilleren heeft. Dit is belangrijke informatie zodat uw arts de juiste behandeling kan starten. Het hartweefsel verandert namelijk blijvend als boezemfibrilleren een langere periode duurt. Dit werkt als een vicieuze cirkel: de weefselverandering houdt het boezemfibrilleren weer in stand. De behandeling kan tot doel hebben om uw hart weer in de juiste ritmestand te krijgen.

Over de behandeling De ECG laat de prikkelgeleiding van uw hart zien. Als dat niets uitwijst, wordt het Holteronderzoek ingezet om het hartprobleem te achterhalen.

Diagnose boezemfibrilleren

De daadwerkelijke diagnose wordt gesteld door middel van een hartfilmpje, een ECG. Mocht het ECG niets uitwijzen, dan kan worden besloten om uw hartritme 24 uur te volgen met behulp van een monitor die u op uw lichaam draagt: het Holteronderzoek. Na de diagnose en de beoordeling van uw persoonlijke situatie, bespreekt uw arts de mogelijke behandelingen. U kunt worden doorverwezen naar een cardioloog, bijvoorbeeld voor nader onderzoek of voor een behandeling om uw normale hartritme terug te krijgen. Dit laatste heet cardioversie. Ook als u jonger bent dan 65 jaar kan de huisarts u door verwijzen naar de cardioloog. In de overige situaties behandelt de huisarts boezemfibrilleren vaak zelf.

Over cardioversie