Antistollingsmiddelen

Antistollingsmiddelen zoals coumarines en trombineremmers worden voorgeschreven om trombi te voorkomen. Lees meer informatie.

Antistollingsmiddelen

Antistollingsmiddelen zorgen ervoor dat het bloed minder snel stolt. Zo kan een trombus of los bloedstolsel minder makkelijk ontstaan. Deze middelen worden bij boezemfibrilleren ingezet om ongewenste bloedstolling te voorkomen. Alle antistollingsmiddelen hebben een andere werking door de reactie op het bloedstollingsproces.

Antistollingsmiddelen en bloedplaatjesremmers

Het woord ‘antistollingsmiddelen’ wordt vaak gebruikt voor de hele groep medicijnen die de bloedstolling vermindert, maar officieel is het een subgroep. De officiële term is ‘antitrombotische middelen’. Onder antitrombotische middelen vallen:

  1. Coumarines (acenocoumarol: Sintrom; fenprocoumon: Marcoumar)
  2. NOAC/DOAC (directe trombine remmer): dabigatran etexilaat: Pradaxa
  3. NOAC/DOAC (directe Xa remmers): (apixaban: Eliquis; edoxaban: Lixiana; rivaroxaban: Xarelto)
  4. Bloedplaatjesremmers (trombocytenaggregratieremmers): aspirine, Ascal.

Antistollingsmiddelen tegen trombus

Antistollingsmiddelen, ook anticoagulantia genoemd, is een groep medicijnen die de vorming van een bloedstolsel (trombus) in de bloedvaten tegengaat. We geven een overzicht van diverse antistollingsmiddelen.

Coumarines: acenocoumarol (Sintrom) en fenprocoumon (Marcoumar)

Acenocoumarol (Sintrom) en fenprocoumon (Marcoumar) voorkomen dat het bloed stolt doordat ze de werking van vitamine K remmen. Vitamine K wordt gebruikt bij de aanmaak van een aantal stollingsfactoren (stoffen die het bloed laten stollen). Coumarines geven echter een grotere kans op ongewenste bloedingen en de stollingswaarden dienen regelmatig door de trombosedienst te worden gecontroleerd.

NOAC: non-vitamine K antagonist

De NOACs werken op twee verschillende manieren, afhankelijk van de soort: een directe trombineremmer of een directe Xa remmer. Dabigatran etexilaat blokkeert gericht de werking van trombine waardoor het bloed minder stolt (directe trombine remmer). Apixaban (Eliquis), edoxaban (Lixiana) en rivaroxaban (Xarelto) grijpen aan op stollingsfactor Xa (directe Xa remmers). Ze voorkomen dat protrombine wordt omgezet in trombine waardoor het bloed minder stolt. Voor alle stollingsremmers geldt dat de antistollende werking van apixaban, dabigatran, edoxaban en rivaroxaban een grotere kans geven op ongewenste bloedingen.

Als u de stollingsremmer coumarine (vitamine K-antagonist, zoals Marcoumar en Sintrom) gebruikt, wordt het antistollingseffect in het bloed ongeveer elke twee tot vier weken door de trombosedienst gecontroleerd. Dit gebeurt om te beoordelen of er een doseringsaanpassing nodig is om het stollingseffect te verhogen of te verlagen. De stollingsremmers dabigatran etexilaat (Pradaxa), rivaroxaban (Xarelto), apixaban (Eliquis) en edoxaban (Lixiana) hoeven niet door de trombosedienst te worden gecontroleerd.

Over de werking en risico’s