‘Zonder mij geen beslissing over mij’

Dr. Sarah Jarvis (huisarts en medisch journalist, Engeland), Prof. dr. John Eikelboom (hematoloog, McMaster Universiteit, Canada) en Ineke Baas-Arends (nurse practitioner, Martini Ziekenhuis, Groningen) gaven tijdens een media-event in het EYE-museum in Amsterdam hun visie op de behandeling van Atriumfibrilleren (AF). Twee hartpatiënten ondersteunden de presentatie met hun persoonlijke verhalen. De kernboodschap: ‘Patiënten moeten beter betrokken worden bij hun zorg!’

Media-event over shared decision making bij atriumfibrilleren (AF)

Jarvis: “Er komen elk jaar meer patiënten met chronische aandoeningen die levenslang medicijnen nodig hebben. Bij AF is dat ook het geval. Veel patiënten hebben op de korte termijn nog geen symptomen en zien dan het nut van medicatie niet in. Als huisarts moet je een patiënt vertellen dat ze iets hebben dat gevaarlijk voor ze is, maar waar ze eigenlijk niks van merken. Dat is moeilijk voor drukke patiënten die andere prioriteiten hebben. Met AF loop je echter 5 keer meer kans op een beroerte!”

Compliance

De compliance (therapietrouw) is soms laag bij patiënten met AF. Sommige mensen willen geen medicijnen. Hun perceptie van risico en voordelen is anders dan die van de (huis)arts. De arts ziet bijvoorbeeld een middel dat het risico op beroerte verlaagt, de patiënt ziet een geneesmiddel met vervelende bijwerkingen. Patiënten moeten derhalve betere educatie krijgen over de werkzaamheid van DOACs (directe orale anticoagulantia). In overeenkomst met de patiënt wordt volgens Jarvis besproken waarom het belangrijk is voor een dokter dat de patiënt het middel neemt.

Digitalisatie

Er zijn tegenwoordig veel manieren om je eigen gezondheid te monitoren: Apps, fitbits, wellness trackers, etc.. De digitalisatie draagt bij aan de zorg. Echter Circa 51% van de patiënten gelooft alles wat ze op internet lezen en dagen regelmatig de arts uit om zijn mening te herzien. Jarvis: “Door mijn medische opleiding weet ik echter net iets meer dan dr. Google.” Artsen moeten wel beter luisteren en spelen een actieve rol in de arts-patiëntrelatie. De patiënt moet geholpen worden in zijn of haar kennis om te begrijpen hoe belangrijk een behandeling soms is.

Klaas de Groot (77)

Tijdens het event kwamen vervolgens twee casussen aan bod. Klaas de Groot is een marathonrenner. Hij was jaren geleden een keer moe voor de start zonder dat daar een reden toe was en merkte iets aan zijn hart. Hij had nog steeds binnen 1 uur en 36 minuten de finish gehaald en wist toen niet dat het AF was. Hij werd tien jaar geleden om 07:00 uur wakker en kon ineens niet meer praten. Hij had een TIA gehad. De cardioloog gaf aan dat AF de oorzaak was van de TIA. Hij kreeg daarop verschillende medicijnen. Een coumarine en later een DOAC. Klaas rent nog altijd halve marathons.

Paul Smit (75)

Paul Smit ervaarde zes jaar geleden ineens ook vermoeidheid zonder reden en dat was vreemd voor deze zeer actieve man. Smit werkte als notaris, dat is stressvol werk. Hij sport regelmatig. Smit: “Ik vroeg mijn vrouw om te Googlen. En ze stelde voor naar een bevriende cardioloog te gaan. De cardioloog herkende AF en moest een shock geven om mijn hart weer in een normaal ritme te zetten. Gedurende zes jaar was het ok, maar toen begon het weer. Nu ben ik onder behandeling met een DOAC en zeer recent vader geworden op mijn 73ste.”

Relatie arts patient

Jarvis haalt uit de casuïstiek dat beide heren een geweldige relatie hebben met hun cardiologen en huisartsen. Ze zijn intelligent en gemotiveerd. Betere communicatie tussen arts en patiënt is volgens Jarvis de sleutel. Zij gaf daarop wat tips voor het consult. Jarvis: “Begin altijd met een open vraag. Gesloten vragen geeft ons de antwoorden die wij als dokter willen. Weet je wat AF is? ‘Ja’, en vraag dan door. Je moet vragen: “Vertel eens iets over je symptomen?" En dan moet je soms de patiënt onderbreken. Wat betekenen deze symptomen voor jou? Wat weet je over AF? Dit alles leidt tot een geïnformeerde patiënt en dus tot ‘shared decision making’.

Tijd

In haar lezing vertelde Ineke Baas-Arends dat je patiënten informatie moet geven, zodat ze de juiste keuzes kunnen maken. Je moet daarbij patiënten de tijd geven om hun ziekte te accepteren. Het kost tijd voor ze begrijpen wat er aan de hand is en wat de risico’s zijn. Shared decision making is daarbij zeer belangrijk. Betere zorg begint volgens Arends met een goed gesprek.

Tot slot

Jarvis: “Weersta de behoefte om patiënten te vertellen wat ze moeten doen. Dit werkt niet. Je moet hun motivatie begrijpen en luisteren met empathie. Geef je patiënten de kennis en kracht om hun eigen beslissingen te maken. Eikelboom haakt daarop in en zei tot slot. “Hoe beter geïnformeerd de patiënt is, hoe eenvoudiger de conversatie.”