Interview met cardioloog Ward Jansen

Wat gebeurt er op een boezemfibrillerenpoli? In dit artikel legt dr. Jansen uit wat er op de poli gebeurt en welke meerwaarde dat heeft voor patiënten met boezemfibrilleren.

 

Wat gebeurt er op een boezemfibrillerenpoli?
Dr. Ward Jansen is zo’n tien jaar actief als cardioloog in het Tergooi Ziekenhuis in de regio Gooi en Vechtstreek. Hij is gespecialiseerd in ritmestoornissen, waaronder boezemfibrilleren. Vanuit dat specialisme heeft hij in het Tergooi Ziekenhuis de boezemfibrillerenpoli opgezet. In dit artikel legt dr. Jansen uit wat er op zo’n poli gebeurt en welke meerwaarde het heeft voor patiënten met boezemfibrilleren.

Twee routes naar de poli
Naar de boezemfibrillerenpoli worden veelal patiënten verwezen die op de spoedeisende hulp zijn gezien vanwege symptomen die kunnen wijzen op boezemfibrilleren, zoals hartkloppingen, pijn op de borst of onaangenaam gevoel in de borstkas. Na de behandeling op de spoedeisende hulp, komen zij enkele weken later op de poli voor verdere analyse en uitleg van boezemfibrilleren. Een tweede route naar de boezemfibrillerenpoli is via de huisarts. Wanneer er meer behoefte is aan expertise, kan de huisarts patiënten met boezemfibrilleren naar de poli doorsturen. “Dat komt niet zo vaak voor als ik zou willen. Huisartsen hebben in hun richtlijnen staan dat patiënten aan bepaalde voorwaarden moeten voldoen voordat er een reden is voor doorverwijzing. Daar heb ik wel wat bedenkingen bij. Ik geloof, en daarin word ik ondersteund door de Nederlandse en Europese richtlijnen, dat vrijwel elke patiënt met boezemfibrilleren tenminste eenmalig een cardiologische screening verdient. Soms is het boezemfibrilleren een eerste teken van ernstigere onderliggende hartproblemen, zoals hartfalen of klepproblemen. De huisarts heeft niet alle mogelijkheden om dit te onderzoeken.”

 

Aanpak op de poli
Op de boezemfibrillerenpoli maakt de patiënt kennis met de verpleegkundig specialist die de poli begeleidt. Zij voert oriënterende onderzoeken uit, zoals een bloedonderzoek, ECG en echo van het hart. “Dat krijgt iedere patiënt die bij de poli komt. De echo geeft informatie over de pomp- en klepfunctie van het hart en helpt met inschatten hoe groot bijvoorbeeld de recidiefkans op boezemfibrilleren is. Dat is belangrijk in de keuze voor de juiste behandeling.” Naast deze onderzoeken is er veel aandacht voor andere aspecten bij boezemfibrilleren, zoals de invloed van leefstijl, alcohol of overgewicht, en wordt er ruim de tijd genomen voor uitgebreide uitleg over de aandoening zelf en de noodzaak van therapietrouw. “Die mogelijkheden heeft een huisarts of cardioloog simpelweg niet tijdens de relatief korte contacten op het spreekuur.” De behandeling wordt besproken met de cardioloog, die zo nodig in gesprek gaat met de patiënt. “Door de groeiende ervaring van de verpleegkundig specialisten en hun kennis over het ziektebeeld, de behandelingen en de richtlijnen hoef ik vrijwel nooit de voorgestelde behandeling aan te passen.” Als er andere belangrijke hartproblemen aan het licht komen, zoals ernstige klepproblemen of kransslagvatproblemen, vallen patiënten in principe niet meer binnen het bestek van de boezemfibrillerenpoli. Dan worden ze doorverwezen naar een algemeen cardioloog. “Zo voorkomen we dat de aandacht alleen uitgaat naar de behandeling van boezemfibrilleren.”

 

Samenwerking met specialisten
Vanuit de brede aanpak op de boezemfibrillerenpoli wordt er actief samengewerkt met onder andere fysiotherapeuten en diëtisten. Mensen met overgewicht krijgen hartrevalidatie aangeboden. “Ook werken we veel samen met de afdeling longziekten. Dat heeft te maken met de aandoening slaapapneu. In toenemende mate wordt duidelijk dat dit veel voorkomt bij patiënten met boezemfibrilleren. Het is een belangrijke aanleiding voor boezemfibrilleren en een mogelijke oorzaak van bijvoorbeeld een hoge bloeddruk en klachten van ernstige vermoeidheid overdag.” Aanvankelijk werd zo’n 15 tot 20% van de patiënten met boezemfibrilleren doorverwezen naar de longarts, aan de hand van een korte vragenlijst. Van deze patiënten bleek bijna 90% daadwerkelijk slaapapneu te hebben. “We vermoedden daardoor dat we veel patiënten met slaapapneu misten. Met een uitgebreidere vragenlijst, aspecten van lichamelijk onderzoek en specifiek bloedonderzoek zorgen we dat dit niet meer gebeurt.” Op dit moment gaat het Tergooi Ziekenhuis starten met de inzet van een oximeter: een zuurstofmeter die de hartslag en het zuurstofgehalte meet. Patiënten krijgen die mee naar huis wanneer er sprake is van een intermediair risico op slaapapneu. “De oximeter wordt met een knip op de vinger bevestigd. Saturatiedips, dat is een lager zuurstofgehalte in het bloed, worden vastgelegd. Op basis daarvan krijgen patiënten direct een verwijzing naar de longarts.”

 

Ervaringen en vragen van patiënten
De patiënten die op de poli komen, koppelen terug dat ze duidelijke uitleg krijgen over wat boezemfibrilleren is en waarom een bepaalde behandeling geadviseerd wordt. Patiënten worden compleet geanalyseerd en is er genoeg tijd om vragen te stellen. Vragen die vaak aan de orde komen zijn onder andere:

•         Is boezemfibrilleren erfelijk?

•         Wanneer treedt boezemfibrilleren op?

•         Waarom moet ik al die pillen slikken?

•         Wanneer moeten de medicijnen ingenomen worden?

•         Is er stollingscontrole nodig?

•         Hoe zit het met alcohol?

•         Kan ik slaapapneu krijgen?

•         Wat zijn de risico’s bij overgewicht?

 

Als patiënten tussentijds vragen of klachten hebben kunnen ze met de verpleegkundig specialist contact op te nemen. “De poli is sterk gericht op hoe patiënten klachten kunnen voorkomen door aanpassing van hun levensstijl. Ik ben ervan overtuigd dat dit meer effect heeft dan alleen een bezoek aan de cardioloog.” Deze bevinding wordt door wetenschappelijke onderzoeken onderbouwd[1]. “Hieruit is gebleken dat patiënten die door de boezemfibrillerenpoli begeleid worden langer leven, minder in het ziekenhuis liggen, minder klachten ervaren en tevredener zijn. Dat is toch uiteindelijk waar we het allemaal voor doen.“

 

Zoals de boezemfibrillerenpoli uitdraagt, kunt u zelf een invloed uitoefenen op de risicofactoren van boezemfibrilleren. Wilt u weten wat er nodig is voor een hartvriendelijke levensstijl? Download dan deze lijst.



[1] Hendriks JM, de Wit R, Crijns HJ, Vrijhoef HJ, Prins MH, Pisters R et al. Nurse-led care vs. usual care for patients with atrial fibrillation: results of a randomized trial of integrated chronic care vs. routine clinical care in ambulatory patients with atrial fibrillation. Eur Heart J 2012;33:2692–9.