Geef uw mening

Bloedverdunners, stollingsremmers of antistolling?
 
Er worden veel verschillende woorden gebruikt voor antistollingsmiddelen. Hoe zit dat nu precies?
De groep medicijnen die ervoor zorgen dat het bloed minder snel stolt en er minder makkelijk trombose kan ontstaan, worden officieel antitrombotische middelen genoemd. Hieronder valt de groep trombocytenaggregatieremmers (bloedplaatjesremmers zoals acetylsalicylzuur (Aspirine), carbasalaatcalcium (Ascal) en de groep anticoagulantia. Andere woorden voor anticoagulantia zijn: antistollingsmiddelen, stollingsremmers of bloedverdunners. De groepen onderscheiden zich van elkaar doordat ze een ander werkingsmechanisme hebben, een ander aangrijpingspunt op het stollingsproces.

Boezemfibrilleren en bloedstolsels

Als boezemfibrilleren langer dan 2 dagen aanhoudt, verhoogt dit het risico op het ontstaan van een bloedstolsel in het hart, met name in de linkerboezem. Dit komt omdat boezemfibrilleren de bloedstroom in het hart verandert, hetgeen zelfs op bepaalde plaatsen tot stilstand van het bloed kan leiden. Eén van de specifieke eigenschappen van bloed is dat het gaat stollen op het moment dat het langzamer stroomt of stilstaat. Stollen heeft tot gevolg dat het bloed gaat klonteren, oftewel bloedstolsels geeft.

Boezemfibrilleren; het risico op een bloedstolsel

Klik op de afbeelding voor een vergrote versie.

Bloedstroom; richting en snelheid

De volgorde van samentrekken van de boezems en de hartkamers én een goede functie van de hartkleppen zorgen ervoor dat het bloed met een bepaalde snelheid in één richting wordt gepompt.
Bij boezemfibrilleren is er sprake van meer elektrische prikkels in het boezemweefsel. Dit veroorzaakt snelle en onregelmatige samentrekking van de boezems en verdere verstoring van de prikkelgeleiding richting de hartkamers.
Dit geeft ook een versnelde, onregelmatige samentrekking van de kamers. Hierdoor wordt de pompfunctie van hart minder. De bloedstroom verandert en kan zelfs op bepaalde plaatsen tot stilstand van het bloed leiden. Dit heeft gevolgen voor de behandeling van boezemfibrilleren.

Bloedverdunners en bloedingen, hoe zit dat?
 
Of het nu stollingsremmers of bloedplaatjesremmers zijn, de kans op het optreden van een bloeding is de meest voorkomende bijwerking. Hoe komt dat?
Een optimale bloedstolling betekent dat er een optimaal evenwicht is tussen het vloeibaar houden en het stollen van bloed. Bloedverdunners (antistollingsmiddelen) worden gegeven op het moment dat de stollingsneiging van het bloed te hoog wordt en er een verhoogd risico ontstaat op de vorming van bloedstolsels (trombi). Echter: te veel antistolling zorgt weer voor een grotere kans op bloedingen. Bij het gebruik van al deze medicijnen gaat het om het vinden van de juiste balans tussen antistolling en het risico op bloedingen. Het is dus een bekende bijwerking waar artsen op letten bij het voorschrijven van deze medicijnen en van tevoren beoordelen of iemand een verhoogd risico op bloedingen heeft door middel van een bloedingsrisico-score. Dit wordt de HAS-BLED-score genoemd.
maandthema mail een vriend(in)